Heyden, JCJ van der

Een verblijf in het Verre Oosten (1977), reizen naar China (1989) over de Noordpool (1990) en de Himalaya (1979, 1986) inspireerden hem tot werken, die de aandacht vestigen op begrenzing en deling, leegte en weerkaatsing. Onder andere vanuit zijn vliegtuigraam bestudeerde hij tijd, licht en ruimte. De zo ontstane series zijn een belangrijk hoofdstuk van zijn omvangrijke oeuvre.

‘Van der Heyden onderzoekt het schilderij in zijn grondvorm’, stelde Rudi Fuchs (1967) eind jaren 1960, als “een onbepaald, vlak stuk linnen, gespannen op een spieraam dat elke gewenste vorm en elk gewenst formaat kan hebben”. Die grondvorm wordt door hem vooral als een strikt optisch vlak-zijn ervaren. Hij beschilderde soms de smalle zijkanten van zijn schilderijen om deze als ruimtelijk object te kunnen ervaren. Ook heeft hij enige tijd de achterkant van zijn schilderijen beschilderd.